Rapport audit CvTE-beoordelingsproces van doorstroom- en LVS-toetsen
Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is verantwoordelijk voor het bewaken van de kwaliteit van doorstroomtoetsen en toetsen uit leerlingvolgsystemen. Wij hebben Oberon gevraagd een externe audit te doen naar ons beoordelingsproces. Dat proces werkt naar behoren is de conclusie; stakeholders (onder andere toetsaanbieders) hebben vertrouwen in een onafhankelijke beoordeling, zijn tevreden over de informatievoorziening en over de uitvoering van het beoordelingsproces. Onafhankelijke beoordeling van ons werk maakt standaard deel uit van onze aanpak. Met de aanbevelingen maken wij werk van verbetering. Download hieronder het volledige rapport en lees de reactie vanuit het CvTE op de aanbevelingen.
Reactie CvTE aanbevelingen Oberon
Hieronder een meer gedetailleerde weergave van hoe we werk maken van de aanbevelingen van Oberon.
Aanbeveling 1
‘Bekijk of aanpassing van CvTE-regelingen voor doorstroomtoetsen gewenst of nodig is om nog beter te voldoen aan alle eisen die volgen uit de Wet doorstroomtoetsen po, het toetsbesluit etc.’
Het verplichte onderwerp ‘de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld’ uit het toetsbesluit voor het toetsreglement van doorstroomtoetsaanbieders, was niet opgenomen in de kwaliteitscriteria van het beoordelingskader voor doorstroomtoetsen. We hebben inmiddels in de update van het beoordelingskader voor doorstroomtoetsen van 2026 een kwaliteitseis (A2.6) toegevoegd waarin de toetsaanbieder wordt gevraagd de wijze waarop de toetsopgaven aan het bevoegd gezag ter beschikking worden gesteld te verantwoorden.
Ook merkte Oberon op dat in ons beoordelingskader voor doorstroomtoetsen geen kwaliteitseis is opgenomen voor ‘de wijze waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt’, wat wel in het toetsbesluit is opgenomen. Openbaarmaking van toetsopgaven van de doorstroomtoetsen in het primair onderwijs achten we zeer onwenselijk, aangezien veel aanbieders (digitale) items hergebruiken. OCW zal deze zinsnede dan ook verwijderen uit het toetsbesluit, wanneer mogelijk.
Als laatste is in onze regelingen niet opgenomen dat een doorstroomtoets de inspectie voldoende basis moet bieden voor een oordeel over de leerresultaten van een school. Oberon concludeert zelf dat hieraan is voldaan, omdat de doorstroomtoets is opgenomen in het Onderwijsresultatenmodel van de inspectie. We zien dan ook geen noodzaak eigen regelingen hiervoor aan te passen.
Aanbeveling 2
‘Breng interne procesbeschrijvingen volledig en overzichtelijk bij elkaar in één document.’
We nemen deze aanbeveling van Oberon ter harte en nemen onze interne procesbeschrijvingen dit jaar kritisch onder de loep. De kanttekening van Oberon, dat de tijdsduur van elke processtap niet altijd eenduidig is opgenomen in de procesbeschrijvingen, nemen we hierin mee.
Aanbeveling 3
‘Ontwikkel een ‘noodscenario’ voor het geval een besluit over een toets niet binnen de wettelijke termijn van vijftien weken genomen kan worden.’
Als we niet binnen vijftien weken besluiten, kan een toetsaanbieder een ingebrekestelling sturen. Dat betekent dat we alsnog binnen twee weken moeten besluiten, of anders, een dwangsom verschuldigd zijn. Zodra duidelijk wordt dat het ons niet lukt om binnen vijftien weken te besluiten, stellen we de aanbieder op de hoogte en geven daarbij aan binnen welke termijn we alsnog zullen besluiten. We zullen extra aandacht besteden aan dit scenario in onze interne procesbeschrijvingen, aansluitend bij de reactie op aanbeveling 2. Hierin zullen we ook meenemen hoe en wanneer we toetsaanbieders op de hoogte stellen van hun rechten en plichten, mocht dit noodscenario zich voordoen.
Aanbeveling 4
‘Overleg met stakeholders waar ruimte gevonden kan worden in het tijdpad bij beoordelingen van doorstroomtoetsen.’
De reacties van stakeholders met betrekking tot het tijdpad van de beoordeling van doorstroomtoetsen gaan enerzijds over wettelijke termijnen en data en anderzijds over de stappen die daarbinnen genomen moeten worden. Op de wettelijk vastgelegde termijnen en data hebben wij als uitvoeringsorganisatie geen invloed. Wel gaan wij over de inrichting van het beoordelingsproces, waarbij zowel de toetsaanbieders, als stichting Cito en het CvTE ruimte nodig hebben voor hun werkzaamheden. Op basis van de ervaringen wordt deze inrichting jaarlijks geëvalueerd en waar mogelijk en wenselijk aangepast. Doordat het proces, zoals vastgelegd in de wet, in de zomerperiode plaats vindt, zijn de mogelijkheden voor aanpassingen hierin beperkt. Naar aanleiding van dit auditrapport zullen we het tijdpad van de beoordelingen voor doorstroomtoetsen nog een keer kritisch tegen het licht houden.
Aanbeveling 5
‘Maak een duidelijker onderscheid tussen (beoordelingscriteria voor) een tienjaarlijkse erkenning en een tussentijdse beoordeling voor LVS-toetsen.’
We zien geen aanleiding een duidelijker onderscheid te maken tussen (beoordelingscriteria voor) een tienjaarlijkse erkenning en een tussentijdse beoordeling voor een LVS-toets, omdat deze inhoudelijk niet verschillen. Het is essentieel dat een toetsaanbieder in een tussentijdse beoordeling van een LVS-toets aantoont dat, in- of exclusief eventuele wijzigingen, de toets nog steeds zo functioneert als bij de initiële beoordeling. Indien een toetsaanbieder in vijf jaar tijd diens toets niet aanpast, aantoont dat de items nog hetzelfde functioneren én aantoont dat de normering nog actueel en passend is, is de tussentijdse beoordeling voornamelijk gelijk aan de initiële beoordeling van vijf jaar daarvoor. Hoe meer een toetsaanbieder de toets aanpast, hoe minder de toets hetzelfde functioneert als vijf jaar daarvoor, hoe meer werk de tussentijdse beoordeling is. Bij de update van het beoordelingskader, die 28 februari 2025 is gepubliceerd in de Staatscourant, is voorgaande verhelderd.
Onduidelijkheden over de tussentijdse beoordeling zijn het gevolg van de stelselwijziging. Zo is er nog steeds sprake van een overgangssituatie, waarin de initiële beoordelingen van LVS-toetsen zijn uitgevoerd door de Expertgroep toetsen po met diens eigen beoordelingskader. Het zal nog even duren voordat de tussentijdse beoordelingen van het CvTE voortborduren op een initiële beoordeling van het CvTE.
Aanbeveling 6
‘Ga met adviseur Stichting Cito in overleg hoe in de toekomst kan worden voorkomen dat beoordelingen kunnen variëren.’
Stichting Cito maakt gebruikt van formats in hun adviezen, die zorgen voor de benodigde standaardisatie. Deze formats worden door ervaringen met beoordelingen steeds verbeterd.
Aanbeveling 7
‘Zet CvTE’s aanwezige evaluatiemomenten systematisch op een rij en besteed daarin aandacht aan evaluatie van de beoordelingskaders én uitvoering van het proces in de praktijk.’
Zie antwoord op aanbeveling 2.